in ,

Jaques Le Gen: Achilles

Achilles_hugo_Morais_render3_1

Ik werkte ooit in een winkelcentrum. Het was een klein winkelcentrum. Er waren zo’n 50 winkels in het winkelcentrum. Maar het was wel een winkelcentrum met veel potentie. Veel mensen wilden juist in dat winkelcentrum werken.


Ik werkte in één van de betere winkels. We hadden een goede bedrijfscultuur. Er werd hard gewerkt. De lonen waren goed. De sfeer was goed.
Ik zag hetzelfde bij een aantal andere winkels. Maar bij de meerderheid van de winkels werd toch niet zo hard gewerkt als bij ons. De werktijden waren vaak korter, mensen werkten minder hard, waren minder klantvriendelijk. In sommige winkels was het er echt slecht aan toe. Maar toch bleven al die winkels gewoon bestaan en werken op dezelfde manier. Het was een soort cultuur voor ze.
Er kwam een moment waarop er een hoop veranderde. Het was in het jaar 1993. In dat jaar werd er een verdrag getekend door de grotere, maar vooral meer succesvolle winkels in het winkelcentrum, 15 in totaal. Negen jaar later werd er een gemeenschappelijke munt ingevoerd door deze winkels. Zodat je vanaf dat moment alleen nog maar met deze munt kon betalen bij de aangesloten winkels. In 2004 sloten zich nog eens 10 winkels aan, in 2007 nog 2 en in 2013 nog 1. Dus in totaal zijn nu 28 winkels van de pakweg 50 winkels aangesloten bij deze ‘unie’.
Het doel van de unie was om sterker te worden. Om te leren van elkaar. Om samenwerking te stimuleren. Om één bedrijfscultuur te creëren.
De kleinere, minder succesvolle winkels zouden zich moeten ‘optrekken’ aan de goedlopende winkels. En de winkels die er niet bij hoorden.. Tja, die hadden wel een probleem, omdat ze veel minder klanten trokken. Veel van die winkels wilden dus bij de unie en deden dan ook een aanvraag om erbij te mogen horen. Het voordeel van de unie was dat ze een eisenpakket neer konden leggen waar de winkels aan moesten voldoen, voordat ze een lidmaatschap konden krijgen. Op die manier werd er dus een bepaald niveau van hen verwacht en moesten die winkels eerst een behoorlijke verandering van bedrijfscultuur ondergaan.

EU-Creative-Europe

De theorie is prachtig, maar in praktijk werkte het toch enigszins anders. Er was een duidelijk verschil in bedrijfscultuur en die bleef na het oprichten van de unie gewoon bestaan. De winkels waarmee het ‘slechter’ ging wilde de lonen omhoog, maar wilde wel hun luxe roosters houden. Ze wilden gewoon op 55 jarige leeftijd met pensioen, terwijl de pensioenleeftijd in de betere winkels ondertussen al was opgeschroefd tot 67. Ze wilden geen ziektekostenverzekering betalen, omdat ze gewend waren dat hun werkgever die betaalde. Ze wilden geen geld afdragen aan de unie, zodat deze belangrijke zaken kon regelen voor het hele winkelcentrum. Met andere woorden, ze wilden wel de lusten, maar niet de lasten. Het was heel moeilijk om deze winkels ervan te overtuigen dat ze alleen zo succesvol konden worden als het personeel net zo hard werkte als in de andere winkels en als het personeel deze ‘veranderingen’ zou accepteren.
Een aantal van de bedrijven binnen de unie maakten behoorlijke verliezen en moesten dan ook geld lenen van de unie om niet failliet te gaan. Uiteraard is dit ook een voordeel van zo’n unie, dat een winkel niet zomaar afglijdt. In ruil daarvoor kon de unie dan weer eisen stellen aan hoe een bedrijf te werk ging. Nieuwe, strengere regels dus op de werkvloer.
Het winkeltje waarmee het het slechtst ging, was een winkeltje genaamd Achilles. Ze hebben daar een tijd geleden een nieuwe directie gekozen. En de nieuwe directie heeft het hele eisenpakket dat tegenover de hulp staat op de dag van hun aantreden in de prullenbak gemieterd. DE nachtmerrie van de unie en het winkelcentrum. Je zou verwachten dat de werknemers van die winkel in zouden zien dat de enige manier om niet ten onder te gaan verandering is. Verandering van de bedrijfscultuur. Dat je niet met z’n allen achterover leunt en wacht tot de bakken geld binnen stromen, maar dat je collectief de schouders eronder zet om vooruitgang te boeken. Je zou verwachten dat deze winkel blij zou zijn met de hulp die de andere winkels boden. Maar de werknemers voelden zich beledigd, gekleineerd, onbegrepen, vernederd. Ze voelden dat ze hun ‘vrijheid’ kwijt waren geraakt aan de unie. Dat de unie ze in haar macht had. Dat ze het zwarte schaap van het winkelcentrum waren geworden. En toen, met de nieuwe directie, staken ze massaal een dikke middelvinger op naar de rest van het winkelcentrum.
Mocht je willen weten wat er in de toekomst met Griekenland gaat gebeuren, moet je maar eens langs gaan in dat winkelcentrum en je pijlen op dat winkeltje richten. Kijken of je het kan treffen.